• Peche Merle

    30 april 2021


    Peche Merle

    25 jaar geleden daalde ik in Zuid- Frankrijk een betonnen trap af om de grottekeningen van Peche Merle te zien. De lange trap sloot de zomerse warmte buiten en ik bereidde mezelf voor op wat ik te zien zou krijgen…. tenminste, dat dacht ik. Langzaam, tijdens het dwalen door de grot, bekroop me het gevoel dat ik niet alleen naar tekeningen keek, alsof ik door een galerie van lang geleden liep, maar naar veel meer. Vooral toen ik een plek op het plafond zag, waar voorschetsjes gemaakt waren, met de vingers in zacht materiaal.


     

    Het ontstaan van de prachtige tekeningen op de wanden kwam ineens heel dicht bij, alsof het gisteren gebeurd was. Terug in de zomerzon nam ik nauwgezet de omgeving op, om er achter te komen of er iets was veranderd. Maar het bleek heel gewoon. In de kiosk, waar ik mijn toegangskaartje had betaald, zat nog dezelfde mevrouw. Ik kocht er een briefkaart met de afbeelding van de twee gestippelde paarden, het pièce de resistance van Peche Merle, en een flesje water.

    Grotte de Peche Merle.

     

     

     

     

     

    Er was echter wat veranderd in mezelf. Ik wist nu dat er achter het onopvallende gat in de rotswand een kunstenaar tekens heeft aangebracht. Hij tekende een wereld die er al lang niet meer is. Het is zijn verhaal en dat van zijn gemeenschap. Naast afbeeldingen van de kenbare wereld - ook voor ons - van beren, paarden, bizons en mammoeten vertelt het tegelijkertijd een verhaal van een onkenbare wereld, misschien ook voor de toenmalige gemeenschap. Dat wij het onkenbare verhaal niet meer kunnen lezen, doet er niet zo toe. De overtuigingskracht van de tekeningen is na tientallen eeuwen nog steeds groot genoeg om te voelen dat deze wereld er nog is. Vanaf die tijd was het, elke keer als ik potlood of penseel oppakte om te tekenen of te schilderen, anders dan voorheen.


    Op de middelbare school ging ik met een vriend in het voorjaar, liefst als het de dag daarvoor geregend had, naar pas geploegde landerijen tussen Roermond en Herkenbosch, op zoek naar stenen werktuigen uit het paleolithicum. We vonden klingen, pijlpunten en heel soms een vuistbijl, of een deel daarvan. Urenlang liepen we de akkers af. Het is een zachtglooiende landschap. Her en der wat bosschages. In de verte het kleine industrieterreintje van Herkenbosch. Maar er was ook de Mijnweg, een natuurgebied. Het was er stil en rustig. Het gebied ten oosten van Roermond steekt als een vinger Duitsland in. In die tijd waren de grenzen nog potdicht. Alleen als je in Herkenbosch of Vlodrop moest zijn, had je er wat te zoeken. Je moest het weten en zien, maar werktuigen van 20.000 jaar oud lagen gewoon als muntjes op de grond, omhoog geploegd door de boeren en schoongewassen door de regen. Dit gebied, Midden Limburg, was drager van heel wat meer dan ik dagelijks om me heen zag. Als ik doelloos in de omgeving rondfietste, wat ik veel gedaan heb, kon ik me nooit meer losmaken van de gedachte dat het land er weliswaar mooi en rustig bij lag, maar dat er vele levens geweest moeten zijn.


     

    Tekens in tijd en ruimte, die je tijd en ruimte doen vergeten. Het is het openstaan voor het zien van tekens. Weten dat je ziet, maar er niet bij nadenken.


     

    Per kirkeby. Uden titel. 1995. Blandteknik pa masonit

    Tijdens een bezoek aan het Louisiana in Kopenhagen ontmoette ik een werk van Per Kirkeby. Een schilderij van een stuk van zijn landschapstuin. Het benam me de adem, toen mijn blik er op viel. Ik heb 25 jaar in een bos gewoond en het onderhouden. Intuïtief herkende ik, dat het schilderij van Per Kirkeby het leven in en met de natuur toonde en dat hij er niet slechts een plaatje van geschilderd had. Op het schilderij is een halfvergane boom te zien die op de grond ligt. Alleen aangegeven door een ingevulde contour, op een tekenachtige manier aangebracht. Maar het is een halfvergane boom. Er lagen er bij mij thuis in het bos ook een aantal. Ze waren er alleen maar, jaren lang, zonder iets naar zich toe te trekken of af te wijzen. Het had geen ander nut, dan het nut in zichzelf. Dit soort tekens zag ik in het werk van Per Kirkeby.


     

    1980. potlood/kleurpotlood op papier. 50 x 65 cm.

     

     

     

     

     

     

     

    In mijn kamer hangt een kalender met de schilderijen van Kirkeby, die ik in de museumwinkel gekocht heb. Tegenover de kalender hangt een tekening van mijzelf, die ik nog op de academie gemaakt heb. Het is een modelstudie. Er staan een aantal schetsjes op van het model. Eén is een traditioneel schetsje, de andere zijn een verzameling gekleurde lijntjes. Zonder het van tevoren te plannen heb ik geprobeerd de noodzakelijkheid van het model te tekenen. De middag, dat ik deze tekening heb gemaakt is er niet geweest. Tijd en ruimte waren weg. De tekening is gewoon gebeurd. Ik herinner me alleen, dat ik ineens ‘iets’ zag en besloot dat te tekenen. Wat dat ‘iets’ is, weet ik niet en ik heb ooit besloten, dat ik ook niet meer wilde proberen om er achter te komen. Toen was het voor mij als het verloren verhaal van de grottekeningen van Peche Merle. Niet ik vertel het verhaal, maar de tekening zelf.


     


     

    2018 Rijsenburgsebos. Digitaal, onbewerkt

    2 019. mixed media op papier. 26 x 20 cm.

    2020. Mixed media op paneel. 79 x 64 cm.

     

     

    Als ik in een landschap werk, zoals bijvoorbeeld in de Worth-Rheder heide bij Arnhem, probeer ik tekens te vinden, die het landschap mij geeft. Op zoek naar dat ‘iets’, dat mij ‘zonder onderbreking de hoogste blijdschap’ (Spinoza) zou kunnen geven. Tegenwoordig zwerf ik door landschappen en maak foto’s. Thuis gekomen zijn er soms foto’s bij die mij die blijdschap geven en me inspireren om landschappen in tekeningen, schilderijen of objecten te creëren. Het zijn geen plaatjes, maar landschappen in zichzelf, die niet voorschrijven hoe ze gelezen moeten worden. Ik hoop dat de beschouwer er in gaat dwalen en er zijn eigen betekenis aan kan geven.


     

    Lees meer >> | 49 keer bekeken

  • Het Hoogste Goed

    5 januari 2018

    In de inleiding van ‘Over de Verbetering van het Verstand’, schreef Spinoza dat hij op zoek was naar het ‘Hoogste Goed’ dat hem tot in de eeuwigheid de hoogste  blijdschap zou geven en dat hem al het andere zou doen vergeten. Tijdens het tekenen van de modelstudie (zie ‘modelstudie 1980’, in de galerij tekeningen)  in het laatste jaar van de kunstacademie vergat ik tijd en plaats. Deze ervaring is me altijd bij gebleven, omdat hij zo uitzonderlijk was.

    Kant stelde dat wie ruimte en tijd verliest niet alleen zijn oriëntatie verliest, maar ook zijn verstand.  Hoe kan het dan, dat ik besefte dat er met deze tekening iets nieuws in mijn werk verschenen was? Waar kwam dat vandaan? Was dat het ‘Hoogste Goed’? En wat is dat? Deze vragen hebben me vanaf het maken van die tekening bezig gehouden. In het begin intuïtief, maar in de loop van de tijd door veel te lezen en dit te relateren en te verifiëren in mijn beeldend werk, kwam er duidelijkheid. Ook heb ik veel profijt gehad van het vertalen en uitgeven van een Daoïstisch gedicht, de Nei Ye.

     

    Mijn beeldend werk geeft altijd een tussenstand weer, want ik ben nog steeds op zoek. Nog steeds heb ik het ‘Hoogste Goed’ niet zodanig gevonden, dat ik het zou kunnen definiëren. Sterker nog, ik heb besloten het niet eens meer te proberen. In verschillende filosofische, literaire en religieuze werken vond ik dat velen voor mij het hadden geprobeerd en dat het allemaal op niets was uitgelopen. Het ‘Hoogste Goed’  bevindt zich buiten de wereld die we onder woorden kunnen brengen, daarom is het principieel onmogelijk het te definiëren. Volgens Wittgenstein is het enige wat we kunnen doen, proberen te ‘tonen’. Dat is de drijfveer voor mijn beeldend werk.

     

    Uitgangspunt is een beeld, vaak een foto (alleen zelf gemaakte foto’s), waarvan ik het vermoeden heb dat er ‘ping’ in zit, zoals ik het noem. Ik ga op zoek naar bevriende middelen om te proberen dit toonbaar te maken. De middelen zijn afhankelijk en intrinsiek aan het beeld. Vandaar dat het verschillende vormen aan kan nemen, zoals een foto, een tekst, een tekening, een schilderij, een object of een installatie, of een combinatie daarvan.

     

    Een belangrijke leidraad vormt het besef dat hetgeen waar ik naar op zoek ben niet te omschrijven valt. Ik kan daarom alleen laten zien, wat het niet is. Want op het moment dat ik een lijn op papier zet, definieer ik een plaats in de tijd. Dan gebruik ik middelen uit de wereld om iets proberen te tonen wat buiten zijn grenzen ligt. Dat is een paradox. Deze paradox proberen te overwinnen is mijn zorg. Ik hoop dat het zich tussen de regels toont en dat een beschouwer het tonen herkent. De beelden en de manier waarop ik ze behandel zijn particulier, maar het principe waarmee en waarom ze zijn gemaakt, is dat niet. Alle oosterse en westerse mystiek werkt hiermee.

    Lees meer >> | 655 keer bekeken

  • Kunstloze kunst

    1 september 2017

    In ‘de Onzichtbare Steden’ van Italo Calvino kwam ik de volgende alinea tegen: “De mens dwaalt dagenlang tussen de bomen en stenen. Zelden blijft zijn oog ergens op rusten, alleen wanneer het iets heeft herkend dat een teken is van iets anders: een afdruk in het zand wijst op het voorbij komen van een tijger, een moeras wijst op een waterader, een hybiscusbloem op het einde van de winter. Verder is alles stom en vervangbaar, bomen en stenen zijn alleen wat ze zijn”.

     

    Hij onderscheidt de wereld zoals zij is: de bomen en de stenen, en de wereld van de mens die wordt geïnterpreteerd als teken van iets anders. De mens is van nature uitgerust om via symbolen waar te nemen om te overleven. In de jungle is een afdruk van een tijger van belang, in onze leefwereld bijvoorbeeld een reeks witte strepen op het wegdek. Dit zijn geen witte strepen, maar een zebrapad om veilig een drukke straat over te steken.

     

    Ook een simpele studie van een stilleven staat symbool voor iets anders. Alleen al het woord ‘simpele’ heeft een betekenis die buiten de tekening zelf ligt. Een tekening is een wereld van ideeën en geen simpel verslag van hoe de wereld er uit ziet. Welke betekenis zij draagt wordt bepaald door de culturele omgeving, zowel de persoonlijke als de algemene, en de individuele interpretatie daarvan door de tekenaar. Daar boven op voegt de beschouwer er ook nog eens zijn eigen betekenis aan toe.

     

    Italo Calvino beschrijft de verdwenen stad Tamara: “Je komt de stad binnen door straten vol uithangborden. Het oog ziet geen dingen, maar afbeeldingen van andere dingen. Een tang duidt op een huis van een tandentrekker, een bokaal op een taveerne […] De blik doorloopt de straten alsof het beschreven bladzijden zijn: De stad zegt alles wat je moet denken, en terwijl je denkt Tamara te bezoeken, registreer je slechts de namen waarmee zij zichzelf definieert. Hoe de stad werkelijk is onder deze dichte mantel van tekens, dat is de mens die vertrekt uit Tamara niet te weten gekomen. Erbuiten strekt zich een lege aarde uit tot aan de horizon”.

     

    “De stad zegt alles wat je moet denken”. Als tekenaar van de wereld, vertelt de wereld wat je moet tekenen. Als tekening vertelt de tekening wat de beschouwer zou moeten zien. Daar tussen zitten allerlei ideeën, zowel van de tekenaar als van de beschouwer. Er ontstaat een wirwar van mogelijkheden en daarmee kom je niet te weten wat er werkelijk onder al deze tekens schuil gaat. Je komt slechts te weten wat de namen zijn waarmee wij de wereld definiëren, en de wereld ons.

     

    Voor mij is tekenen het zwerven in de lege ruimte die zich om de stad bevindt. Daar zijn geen definities, geen uithangborden, die zich tussen mij en de wereld indringen. Deze wereld zegt niet wat ik moet denken.

    Daar zou ik de wereld kunnen zien zoals zij is. Maar of dat werkelijk zo is kan ik alleen maar vermoeden, want definities bevinden zich in de stad. Paradoxaal is dat ik beeldmiddelen moet gebruiken die gedefinieerd zijn. Mij leeg maken hiervan, mij bloot geven, is mijn streven: kunstloze kunst.

     

    Lees meer >> | 684 keer bekeken